De Duitse stad Wesel in 1945, na verwoestende bombardementen. (Bron: Wikipedia.)

De Duitse stad Wesel in 1945, na verwoestende bombardementen. (Bron: Wikipedia.)

Het bombardement op Rotterdam (1940) was legitiem

De Britse historicus Richard Overy (1947) schuwt de grote thema’s der geschiedenis niet. In zijn meest recente studie, The Bombing War – Europa 1939-1945, wordt gedetailleerd uiteengezet hoe de ‘bommenoorlog’ escaleerde.    

In augustus 1940 kregen Nederlandse burgemeesters via het Departement van Binnenlandse Zaken vlugschriften opgestuurd. Het betrof een geïllustreerde circulaire met als titel ‘Aanklacht van Nederlandse Moeders!’. Het was een beklag tegen Britse bommenwerpers die “nu reeds wekenlang vreedzame Nederlandse steden en dorpen bombarderen, zonder eenig militair belang, en dooden onschuldige Nederlandse mannen, vrouwen en kinderen. Dit is geen oorlog. Dit is moord!”. Om de woorden kracht bij te zetten werden foto’s van dode kinderen afgebeeld. Propaganda? Natuurlijk, maar wel propaganda die geënt was op de waarheid. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog heersten bij alle strijdende partijen de overtuiging dat de bommenwerpers van doorslaggevend belang konden zijn in de strijd. Maar wie bijvoorbeeld Der Brand van Jörg Friedrich heeft gelezen weet dat de bommenoorlog vooral veel leed heeft veroorzaakt – niet in de laatste plaats omdat de Britse Royal Air Force buitengewoon onnauwkeurig kon zijn bij het afwerpen van bommen. In de eerste ‘full narrative history of the bombing war in Europe’ is weinig ruimte voor de (gedetailleerde) verschrikkingen die de bommen veroorzaakte. Overy besteed veel aandacht aan de ontwikkeling van de bommenoorlog en weet door middel van scherpzinnige bespiegelingen feit en fictie te onderscheiden: Winston Churchill was de initiator van terreurbombardementen en het bombardement op Rotterdam was legitiem.

Terreurbombardementen

De geschiedenis is een ware broedplek voor onwaarheden en misinterpretaties. Zo wordt het Duits bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940 doorgaans als een ‘terreurbombardement’ bestempeld – waaraan de Britten hun legitimiteit ontleenden om Duitse steden te bombarderen. De bijna 900 doden in Rotterdam (in de oorlog door de geallieerden aangedikt tot 30.000) waren echter het slachtoffer van luchtsteun die door Duitse eenheden was aangevraagd. Omdat Rotterdam geen ‘open stad’ was (maar juist midden in de frontlinie lag) kan men deze luchtsteun als legitiem beschouwen – precies zoals bij de geallieerde luchtaanvallen in 1944 op bijvoorbeeld Monte Cassino, Caen en Westkapelle. Anders dan doorgaans wordt gedacht was niet Adolf Hitler de initiator van ‘terreurbombardementen’, maar waren Winston Churchill en Arthur ‘Bomber’ Harris geobsedeerd door strategische bombardementen die ontaarden in terreurbombardementen. Het waren dan ook niet de Duitsers, maar de Britten die als eerste begonnen met het opzettelijk bombarderen van stedelijk gebied (begin mei 1940) met als belangrijkste doel: het treffen van burgers. Adolf Hitler daarentegen was geobsedeerd met het strategische vermogen van de Luftwaffe, die simpelweg in dienst stond van de Wehrmacht tijdens hun Blitzkrieg – de nazi’s hebben dan ook nooit fatsoenlijk geïnvesteerd in middelzware en zware bommenwerpers. Al deze beweringen voert Overy aan met behulp van cijfers en datums. Er wordt geen moreel oordeel geveld. Het belangrijkste speerpunt in deze studie is ‘escalatie’. Vanaf mei 1940 leidde foutieve aannames en kwaadwillende inzichten tot een opschalende escalatie met de omvangrijke bombardementen op Duitse steden als gevolg, met Dresden als een van de dieptepunten.

Nederland

Wist u dat op 9 september 1940 Tel Aviv werd gebombardeerd door de Italiaanse luchtmacht? Het Britse bombardement op Enschede van 22 januari, waarbij 21 mensen om het leven kwamen, is u waarschijnlijk eveneens niet bekend. Het eerste bombardement wordt in dit boek vermeld, het tweede niet. Door de bommenoorlog in Rusland en Italië te betrekken bij zijn studie heeft Overy inderdaad een overzichtswerk geschreven. Maar het sterke Anglo-Saksische karakter van dit boek doet vermoeden dat hij de omvang van zijn studieobject heeft onderschat. De manier waarop de situatie in de ‘Low Countries’ wordt uiteengezet is bepaald niet diepgaand. Dat is niet zo verwonderlijk als je bedenkt dat er op de bronnenlijst geen enkel Nederlands archief prijkt. Het Nederlandse overzichtswerk, Luchtgevaar (1984) van A. Korthals Altes, komt wel vaak in het notenapparaat voor. Door de marginale aanpak van de ‘Low Countries’ rijst de vraag in hoeverre de Russische en Italiaanse kant van het verhaal compleet zijn belicht. Het boek grossiert in getallen en details (gedurende de Blitz werden 8.000 meldingen gemaakt van plundering, in maart 1943 werden door de Duitsers 10.810 vouchers voor schoenen uitgedeeld en de Sovjets hadden slechts 79 uur nodig om de spoorlijn tussen Goritsa en Zhukopa te herstellen na een bominslag), maar de eindconclusies zijn niet nieuw. Dat bombardementen op steden geen demoraliserend effect had op de bevolking, dat de bommen op Duitse steden nauwelijks hebben bijgedragen aan de geallieerde overwinning en dat de Royal Air Force niet kon mikken (toen Enschede in januari 1942 werd getroffen, bleek het toestel 57 kilometer afgeweken te zijn van zijn oorspronkelijke doel) was allemaal al tijdens en kort na de oorlog bekend. De Britse historicus Max Hastings schreef in 1979 (enkele jaren nadat alle Britse archieven betreffende de oorlog openbaar waren geworden) dat het ‘unlikely’ was dat er nog nieuw belangrijk bewijs gevonden zou worden aangaande dit onderwerp. Hastings had gelijk.

Vernieuwend?

Dit is geen controversieel boek over de bommenoorlog, zoals Bomber Command (1979) of Der Brand (2002). Het is een toevoeging op bestaande studies dat zich enkel kan onderscheiden door zijn geografische afbakening waardoor de bombardementen op Malta, Rome en Tel Aviv zijn opgenomen. Overy biedt zijn lezers een rijk gedocumenteerd boek met interessante inzichten en veel aandacht voor het begrijpelijk maken van de escalatie van de bommenoorlog. Maar ondanks het indrukwekkende notenapparaat (inclusief Russische en Italiaanse archieven) heeft Overy niet optimaal gebruik gemaakt van de onderzoeksmogelijkheden. In plaats van het overbekend (of verplichte?) verhaal over waarom Auschwitz nooit is gebombardeerd op te nemen in deze studie, was het interessanter geweest om te onderzoeken waarom Dachau, Bergen Belsen of Mauthausen nooit zijn gebombardeerd. Het antwoord op die vraag is wel bekend (het droeg niet bij aan het verslaan van nazi-Duitsland), maar hetzelfde geldt voor het antwoord op de vraag waarom de spoorlijnen naar Auschwitz nooit zijn gebombardeerd (de onmogelijkheid om deze te raken). Als er wel Nederlandse archieven geraadpleegd waren, dan had het onderzoeksteam van Overy kunnen vaststellen dat bij alle geallieerde luchtaanvallen op Rotterdam (zo’n 200 in totaal) meer mensen om het leven kwamen dan bij dat ene Duitse bombardement. Daarnaast is het een leemte dat de acties van bijvoorbeeld Coastal Command, Fighter Command en de Second Tactical Air Force (samen goed voor duizenden luchtaanvallen in Nederland) niet zijn opgenomen in dit overzichtswerk. Het zijn namelijk hun bommen die nog wel eens uw treinreis vertragen.

Richard Overy, The Bombing War – Europe 1939-1945

Penguin (2013), 821 pagina’s

Een Lancaster bommenwerper tijdens een nachtelijke aanval op Hamburg in 1943. (Bron: Wikipedia.)

Een Lancaster bommenwerper tijdens een nachtelijke aanval op Hamburg in 1943. (Bron: Wikipedia.)